MASAI MARA

 

Landschappelijk het mooiste wildpark van Kenia en eigenlijk van heel Afrika.

Hemmingway noemde dit gebied al in zijn boek “The green hills of Africa”.

Voor Rik Jan Viezee is het de ultieme vertaling van Engels landschappelijk schoon in Afrika. Het heeft ook wel wat van een Engels landschap. Deze glooiende grasvlakten bieden enorme vergezichten, waardoor de wilde dieren ook van ver te spotten zijn.

Masai Mara (land van de Masai langs de rivier de Mara) is zoals gezegd een savannelandschap met daarin af en toe een acacia en ligt op zo’n 250 kilometer afstand van Nairobi.

Overigens leven de rondtrekkende Maasai zowel op het grondgebied van Tanzania als op dat van Kenia. Zij trekken zich niets aan van de “kunstmatige” landsgrenzen.

 

De grote trek van en naar Serengeti (Tanzania) over de Mara rivier.

De glooiende grasvlakten, imponerende rotsformaties en de prachtige acaciabomen van de Mara vormen het decor van het grootste spektakel van rondtrekkende wilde dieren op aarde.

In de maanden januari tot april verblijven alle kuddes – honderdduizenden wilde dieren – bij elkaar in Serengeti, aan de onderkant van het gebied net over de grens met Tanzania. Vanwege de moesson vanuit het noordoosten, gaat het gras in het noorden sneller groeien. Nadat de vlaktes letterlijk zijn kaalgevreten begint de trek naar het noorden. De kuddes splitsen zich op en volgen twee routes: 1 richting het Victoriameer en 1 naar het Maasai Mara park, waar de dieren tegen eind juni aankomen.

Eind oktober beginnen de enorme kuddes als gevolg van de zuidoost moesson dan weer aan de tocht terug om zich eind december dan weer in het zuiden van Serengeti te verzamelen, nog steeds op het gebied van de Maasai.

 

Loita Hills

De grote slenk “the rift valley” is een aardverzakking die in een baan van het zuiden naar het noorden loopt en ten westen van Nairobi ligt. De totale slenk loopt vanaf het noorden van Zambia, door Tanzania en Kenia, door Ethiopië, de Rode zee, de Dode zee en eindigt in het zuiden van Turkije.

Nguruman Escarpments: in deze slenk zijn tientallen meertjes en meren ontstaan, die om en om zoet en zout (carbonaten) water bevatten. Vanwege de algen die zich in de zouten meren bevinden worden de flamingo’s aangetrokken. De slenk bevat extreem diepe punten zoals bijvoorbeeld het Magadi Meer en het Lake Natron (op de grens met Tanzania). Eén van de diepste punten bevindt zich in de Dode Zee.

Op de rand van de Nguruman Escarpments ligt het Loita Forest.  IUCN (International Union for the Conservation of Nature) wil daar het bos beschermen. Dit is in de praktijk bijzonder moeilijk omdat hiervoor onder de Maasai te weinig draagvlak is. Daarom werd 4 jaar geleden de Stichting Loita Masai in het leven geroepen. In deze, in Nederland gevestigde stichting, zitten naast Rik Jan, de ex-directeur van Artis en nog enkele betrokkenen. Vriend van Rik Jan, Geu Grotenhuis, die als veterinair arts in Kenia werkt, is de bedenker en drijvende kracht van dit bijzondere project. Samen met de lokale in Kenia gevestigde stichting “Loita Development Foundation, LDF” wordt geprobeerd dit probleem aan te pakken.

De Loita Masai worden gekenmerkt door grote onderlinge concurrentiestrijd en machtsmisbruik door sommige leiders. Daarom zijn in de lokale stichting alle 24 clans uit de hele regio vertegenwoordigd. Zodoende is er een breed draagvlak ontstaan en worden de gebruikelijke onderlinge ruzies tot een minimum beperkt.

De basis van het concept is de bescherming van het bos. Niet alleen uit overwegingen met betrekking tot de natuurbescherming, maar ook om de waterhuishouding te reguleren. Bij het verdwijnen van het bos zal er woestijnvorming ontstaan en een van de gevolgen daarvan is, dat het vee van de Masai (en dat is hun kapitaal) in de droge periodes geen drinkwater meer zal hebben.

De dubbele betekenis van het project is erg belangrijk, te weten: het tegengaan van de erosie en het op peil houden van de waterhuishouding. Luchtfoto’s tonen nu al aan, dat 50% van deze bossen in de afgelopen 30 jaar al verdwenen is.

De opzet van het project is om de Masai te laten zien dat je met toerisme in dat bos meer kunt verdienen, dan met het kappen van bomen.

Tot de activiteiten van de stichting behoort het bouwen van een eco-lodge, kleinschalig (8 à 10 eenheden), om te voorkomen dat er milieuschade ontstaat. Het moet een exclusief vakantie onderkomen worden, zodanig gelegen, dat het alleen met een vliegtuigje bereikbaar is. De doelgroep wordt gevormd door mensen die zich een dergelijke vakantie kunnen veroorloven en uit beeld willen blijven voor bijvoorbeeld de pers e.d.

 

Het verkrijgen van het noodzakelijke draagvlak onder de Masai moet via de liefde voor hun veestapel gaan. De koeien van de Masai worden al sinds mensenheugenis geteisterd door een ziekte, de zgn. “East coast fever”, die door teken verspreid wordt. Hierdoor sterft gemiddeld de helft van de kalveren in het eerste levensjaar.

Geu Grotenhuis heeft via Intervet gratis vaccins ter waarde van € 10.000 beschikbaar gekregen. Daarnaast heeft hij financiële middelen gekregen om apotheekwinkeltjes in het Loita gebied te vestigen. De beheerder van deze apotheekwinkeltjes hebben een opleiding gekregen om als “blote voeten veeartsen” het gebied in te gaan. Op motorfietsen en met een rugzakje, een draagbare koelbox voor de vaccins, gaan zij in de regio de inentingen van het vee verzorgen. Op deze wijze ontstaat er, door het gewonnen vertrouwen, draagvlak bij de Masai voor het instandhouden van het bos.

 

Het resultaat van deze vorm van ontwikkelingshulp is, dat nu 90% van de kalveren in leven blijft. Er kleeft echter wel een groot risico aan deze ontwikkeling. Tot nu toe werd door de Masai de veestapel altijd gezien als een persoonlijk banksaldo. Zij eten hun eigen koeien daarom niet en beperken zich tot het drinken van de melk, vermengd met het afgetapte bloed. Dit schijnt erg gezond te zijn en de veestapel blijft intact. Voor de Masai was immers het bezit van koeien altijd het ultieme doel.

Doordat meer koeien in leven blijven en de kuddes daardoor groter worden, ontstaat het gevaar voor overbegrazing, waardoor er woestijnvorming kan gaan ontstaan. Daarom heeft de stichting ook de taak op zich genomen om er voor te zorgen dat de Masai hun koeien willen en kunnen verkopen.

Voorheen moesten zij met hun koeien helemaal naar Nairobi lopen. Na een tocht van 200 kilometer kwam de kudde daar geheel vermagerd en uitgeput aan, waardoor de handelaars minder boden. Vanwege de noodzaak om toch te verkopen en de veel te lage prijs die betaald werd, stonden de Masai met de rug tegen de muur. De stichting heeft de oplossing gevonden in het aanleggen van marktplaatsen in de regio, die per vrachtwagen bereikbaar zijn. Op deze manier vinden er eerlijke onderhandelingen plaats en worden de Masai gestimuleerd om daar hun koeien voor de verkoop aan te bieden. Voorzichtig groeien de Masai richting een geld economie.

Ook bij de Masai is een cultuuromslag merkbaar ondermeer door het feit, dat zij hun kinderen naar school sturen en later verder laten studeren.

Naast het effect van de economische aanpassingen, probeert de stichting de overbegrazing tegen te gaan, want juist door die preventieve maatregelen ontstaan er kuddes van duizenden stuks vee.

 

De Foundation, de locale stichting met de 24 Masai clanhoofden wordt voorzien van geld vanuit verschillende bronnen. Behalve Stichting Doen (in Kenia) is het Tourist Trust Fund – met steun van  EU  fondsen – betrokken. Ook kunnen actieve particulieren, middels time sharing, het project ondersteunen.

Het streven van de stichting is om de Masai (ook) mede-eigenaren te laten zijn. Immers zij zijn de eigenlijke eigenaren van het land, het gras, de bomen en de dieren. Deze inbreng is goed voor 51% van de aandelen.

Het Tourist Trust Fund (TTF) gebruikt deze formule als model voor toekomstige hulpprojecten.

 

Rik Jan Viezee: “Ontwikkelingshulp moet altijd een commerciële basis hebben”

De stichting zet zich ook in voor microkredieten, te verstrekken door de Rabobank om de

vee-inentingen voor de Masai boeren te financieren.

 

Meer info: www.loita-maasai.org